Lied • Die winter is verganghen (3)

Bladmuziek kan niet worden bekeken
Of kies een abonnement:
Vogeltje

Gratis account

kosteloos
  • maandelijks toegang tot 3 liederen
  • toegang tot alle artikelen en podcasts 

Maandabonnement

€ 2,90
per maand
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • maandelijks opzegbaar
Meest gekozen

Jaarabonnement

€ 28,50
per jaar
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • jaarlijkse betaling
  • prijs per maand € 2,38

Studenten

€ 24,22
per jaar
Tot 20% korting

Groepsabonnement

v.a. € 135,-
per jaar
  • voor scholen en organisaties
  • onbeperkt toegang voor alle medewerkers
  • keuze uit 5, 10, 20, 30 of meer accounts
  • eenvoudig centraal te beheren
Bladmuziek kan niet worden bekeken
Of kies een abonnement:
Vogeltje

Gratis account

kosteloos
  • maandelijks toegang tot 3 liederen
  • toegang tot alle artikelen en podcasts 

Maandabonnement

€ 2,90
per maand
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • maandelijks opzegbaar
Meest gekozen

Jaarabonnement

€ 28,50
per jaar
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • jaarlijkse betaling
  • prijs per maand € 2,38

Studenten

€ 24,22
per jaar
Tot 20% korting

Groepsabonnement

v.a. € 135,-
per jaar
  • voor scholen en organisaties
  • onbeperkt toegang voor alle medewerkers
  • keuze uit 5, 10, 20, 30 of meer accounts
  • eenvoudig centraal te beheren
1.
Die winter is verganghen, ic sie des meien schijn.
Ic sie die bloemkens hanghen, des is mijn hert verblijt.
So ver aen ghenen dale, daer ist ghenoechlic sijn;
daer singhet die nachteghale, al so menich woutvoghelkijn.
2.
Ic wil den mei gaen houwen, al in dat groene gras,
end' schenken mijn boel die trouwe, die mi die lieveste was,
end' bidden dat si wil comen, al voor haer vensterken staen,
ontfanghen den mei met blommen, hi is so schoone gedaen.
3.
End' doe die suiverlike syn rden reden hadde gehoort,
doe stont si trurentlike met des sprac is een woort:
"Ik heb den mei ontfanghen met groter eerwaerdicheit."
Hi cust si aen haer wanghen; was dat niet eerbaerheit?
4.
Hi nam si sonder truren al in sijn aermkens blanc.
Die wachter op der muren, die hief op een liet ende sanc:
"En is daer ieman inne, die mach wel thuiswaert gaen.
Ic sie den dach op dringhen, al door die wolken claer."
5.
"Och, wachter op der muren, hoe quelstu mi so hart!
Ic ligghe in swaren truren, mijn herte dat lidet smert.
Dat doet die alreliefste, dat ic van haer scheiden moet,
dat claghic God den Heren, dat ic si laten moet."
6.
"Adieu, mijn alreliefste, adieu, schoon bloemken fijn,
adieu, schoon rosebloeme, daer moet ghescheiden sijn!
Hent dat ic weder come, die liefste soudt ghi sijn,
dat herte in mine live, dat hoort ja altijt dijn."
Vogel

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de nieuwsbrief