Wat hebben al die ganzen toch gedaan,
dat er zo veel de pan ingaan?
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
Refr.
De ganzen zijn de daders,
da-da-da, da-da-da.
Ja, zij zijn de verraders,
da-da-da, da-da, da-da-da.
Sint Maarten is verraden,
da-da, da-da, da-da-da.
Daarom gaan wij ze braden,
da-da-da, da-da, da-da-da,
da-da-da, da-da-da, da-da-da.
da-da-da, da-da-da.
Ja, zij zijn de verraders,
da-da-da, da-da, da-da-da.
Sint Maarten is verraden,
da-da, da-da, da-da-da.
Daarom gaan wij ze braden,
da-da-da, da-da, da-da-da,
da-da-da, da-da-da, da-da-da.
2.
Is 't waar dat zij ha'n,
Sint Maarten onze heilige man?
Sint Maarten onze heilige man?
3.
Die moeten boeten heel en gaar,
hun tiende geven ieder jaar.
hun tiende geven ieder jaar.
4.
Bij zoete most en koele wijn,
vergaat hen nu het gakken fijn.
vergaat hen nu het gakken fijn.
5.
Dus laat ons nu, 't zij groot of klein,
bij gebraden ganzen vrolijk zijn!
bij gebraden ganzen vrolijk zijn!