Sinte Maarten had een koe,
die ging naar het weiland toe.
Lekker eten van het gras,
en gaan rollen in een plas.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Sinte Maarten had een geit,
die had hij een lange tijd.
Was hij daar of was hij hier,
hij ging trouwen met een stier.
die had hij een lange tijd.
Was hij daar of was hij hier,
hij ging trouwen met een stier.
3.
Sinte Maarten had een specht,
die had net een ei gelegd.
Daar kwam plots een jonkie uit,
en die piepte heel erg luid.
die had net een ei gelegd.
Daar kwam plots een jonkie uit,
en die piepte heel erg luid.
4.
Sinte Maarten had een vis,
die wist nooit hoe laat het is.
Hij had geen horloge om,
die mocht niet in de vissenkom!
die wist nooit hoe laat het is.
Hij had geen horloge om,
die mocht niet in de vissenkom!