De bloempjes gingen slapen,
zij waren geurens moe.
Zij knikten met hun kopjes
m'een welterusten toe.
Zacht ritselt gindse lindeboom
en lispt als in de droom.
Goedenacht, goedenacht,
mijn kindje, goedenacht!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
De vogels zongen vrolijk,
door 't zonnetje gekust.
Nu vouwen zij hun vleugels,
begeven zich ter rust.
Alleen het krekeltj' in het veld,
zijn zoet geheim vertelt.
Goedenacht, goedenacht,
mijn kindje, goedenacht!
door 't zonnetje gekust.
Nu vouwen zij hun vleugels,
begeven zich ter rust.
Alleen het krekeltj' in het veld,
zijn zoet geheim vertelt.
Goedenacht, goedenacht,
mijn kindje, goedenacht!
3.
De zandman is gekomen,
gluurt door de schemering
of ergens soms een kindje
nog niet ter ruste ging.
En ziet hij zulk een stoute klant,
hij strooit in d'oogjes zand.
Goedenacht, goedenacht,
mijn kindje, goedenacht!
gluurt door de schemering
of ergens soms een kindje
nog niet ter ruste ging.
En ziet hij zulk een stoute klant,
hij strooit in d'oogjes zand.
Goedenacht, goedenacht,
mijn kindje, goedenacht!
4.
Ga, zandman, uit de kamer,
reeds slaapt mijn kleine man.
Hij sloot de held're kijkers,
zo vast als hij maar kan.
En roept mij morgen wel te moe
een hart'lijk welkom toe.
Goedenacht, goedenacht,
mijn kindje, goedenacht!
reeds slaapt mijn kleine man.
Hij sloot de held're kijkers,
zo vast als hij maar kan.
En roept mij morgen wel te moe
een hart'lijk welkom toe.
Goedenacht, goedenacht,
mijn kindje, goedenacht!