Op de grote, stille heide,
dwaalt de herder eenzaam rond,
wijl de witgewolde kudde,
trouw bewaakt wordt door de hond.
En al dwalend ginds en her,
denkt de herder: "Och, hoe ver,
hoe ver is mijn heide,
hoe ver is mijn heide, mijn heide?"
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Op de grote stille heide,
bloeien bloempjes lief en teer,
pralend in de zonnestralen,
als een bloemhof heind' en veer.
En tevreê met karig loon,
roept de herder: "Ah, hoe schoon,
hoe schoon is mijn heide,
hoe schoon is mijn heide, mijn heide!"
bloeien bloempjes lief en teer,
pralend in de zonnestralen,
als een bloemhof heind' en veer.
En tevreê met karig loon,
roept de herder: "Ah, hoe schoon,
hoe schoon is mijn heide,
hoe schoon is mijn heide, mijn heide!"
3.
Op de grote stille heide,
rust het al bij maneschijn,
als de schaapjes en de bloemen,
vredig ingeslapen zijn.
En terugziend op zijn pad,
juicht de herder: "Welk een schat,
hoe rijk is mijn heide,
hoe rijk is mijn heide, mijn heide!"
rust het al bij maneschijn,
als de schaapjes en de bloemen,
vredig ingeslapen zijn.
En terugziend op zijn pad,
juicht de herder: "Welk een schat,
hoe rijk is mijn heide,
hoe rijk is mijn heide, mijn heide!"