Ik denk nog vaak aan vroeger, aan het land waar ik toen was.
Ik liep vaak in de heuvels, lag daar languit in het gras.
En boven mij de wolken, zij vertelden hun verhaal.
En om mij heen de vogels; ik verstond de vogeltaal,
ik verstond de vogeltaal.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Ik denk nog vaak aan vroeger, aan mijn moeder die mij riep
en hoe zij 's avonds voorlas en ik in de bedstee sliep.
Ik mocht mijn vader helpen bij het werken op het land
en als het werk gedaan was gaven wij elkaar een hand,
gaven wij elkaar een hand.
en hoe zij 's avonds voorlas en ik in de bedstee sliep.
Ik mocht mijn vader helpen bij het werken op het land
en als het werk gedaan was gaven wij elkaar een hand,
gaven wij elkaar een hand.
3.
Maar alles is veranderd, 'k weet niet waar mijn ouders zijn,
het lijkt zo lang geleden, de herinnering doet pijn.
Ik weet niet waar ik heenga, of ik ooit nog terug zal gaan
en, als ik daar dan terugkom, of ons huis er nog zal staan,
of ons huis er nog zal staan.
het lijkt zo lang geleden, de herinnering doet pijn.
Ik weet niet waar ik heenga, of ik ooit nog terug zal gaan
en, als ik daar dan terugkom, of ons huis er nog zal staan,
of ons huis er nog zal staan.
4.
Ik denk nog vaak aan vroeger, aan het land waar ik toen was.
Ik liep vaak in de heuvels, lag daar languit in het gras.
En boven mij de wolken, zij vertelden hun verhaal.
En om mij heen de vogels; ik verstond de vogeltaal,
ik verstond de vogeltaal.
Ik liep vaak in de heuvels, lag daar languit in het gras.
En boven mij de wolken, zij vertelden hun verhaal.
En om mij heen de vogels; ik verstond de vogeltaal,
ik verstond de vogeltaal.