Wiebelsnuit, die hazenman, komt met grote sprongen aan;
staat al voor de dwergendeur, buigt heel netjes met een oor.
Dwergje kijkt eerst door een kier, zegt: maar Haas, wat doe jij hier?
Dan stapt hij zijn deurtje uit, en zegt: welkom, Wiebelsnuit.
En hij vraagt eens aan de haas ga je een eindje lopen?
doe toch warme schoentjes aan, je hebt koude poten.
Haasje antwoordt: ja, 't is waar, ik heb koude tenen,
warme schoentjes heb ik niet, mag ik ze van je lenen?
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement: