Zeg, schoenmaker, zeg, schoenmaker, wil jij wat voor mij doen?
Zeg, schoenmaker, zeg, schoenmaker, maak eens een mooie schoen!
Zie hier mijn voeten, die schoenen krijgen moeten.
Zeg, schoenmaker, zeg, schoenmaker, wil jij dat voor mij doen?
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Zeg, timmerman, zeg, timmerman, wat timmer jij vandaag?
Zeg, timmerman, zeg, timmerman, ik timmer ook zo graag!
Mag ik het leren, de hamer te hanteren?
Zeg, timmerman, zeg, timmerman, ik leer het nog vandaag!
Zeg, timmerman, zeg, timmerman, ik timmer ook zo graag!
Mag ik het leren, de hamer te hanteren?
Zeg, timmerman, zeg, timmerman, ik leer het nog vandaag!
3.
Klein snijdertje, klein snijdertje, wat naai jij aan elkaar?
Klein snijdertje, klein snijdertje, ben jij al bijna klaar?
Hemden en broeken, en mooie omslagdoeken.
Zeg, snijdertje, klein snijdertje, ben jij al bijna klaar?
Klein snijdertje, klein snijdertje, ben jij al bijna klaar?
Hemden en broeken, en mooie omslagdoeken.
Zeg, snijdertje, klein snijdertje, ben jij al bijna klaar?
4.
Jan-spring-in't-veld, Jan-spring-in't-veld, wat dans je in het rond?
Jan-spring-in't-veld, Jan-spring-in't-veld, wat stamp je op de grond?
Dansen en springen, lachen en zingen.
Jan-spring-in't-veld, Jan-spring-in't-veld, zo blijven wij gezond!
Jan-spring-in't-veld, Jan-spring-in't-veld, wat stamp je op de grond?
Dansen en springen, lachen en zingen.
Jan-spring-in't-veld, Jan-spring-in't-veld, zo blijven wij gezond!