Ik ben een grote, bruine beer
en scharrel hier wat heen en weer.
Ik lik honing uit het ronde vat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Ik ben het bijtje Zoemezoem
en vlieg zo blij van bloem tot bloem.
Ik vind de kelk die zoet bevat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
en vlieg zo blij van bloem tot bloem.
Ik vind de kelk die zoet bevat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
3.
Ik ben het slakje Ukkepuk
en maak me nooit zo heel erg druk.
Een aardbei zoet vlak langs het pad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
en maak me nooit zo heel erg druk.
Een aardbei zoet vlak langs het pad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
4.
Ik ben een groene spring-in't-veld
en ook een grote waterheld.
Van kant en wal, hops in het nat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
en ook een grote waterheld.
Van kant en wal, hops in het nat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
5.
Ik ben de vlinder hemelsblauw
en snoep zo graag van zonnedauw,
van boterbloem en zuringblad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
en snoep zo graag van zonnedauw,
van boterbloem en zuringblad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
6.
Ik ben een stout, klein hazenjong,
die hoger dan zijn moeder sprong.
Ik groei van kool en klaverblad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
die hoger dan zijn moeder sprong.
Ik groei van kool en klaverblad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
7.
Ik ben Prikprak de egelvrouw.
De poes die pakt mij niet zo gauw.
Ik word voorzichtig aangevat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
De poes die pakt mij niet zo gauw.
Ik word voorzichtig aangevat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
8.
Ik ben de rolledolle dwerg
en kom nieuwsgierig uit mijn berg.
Vlug duikel ik op 't zand'rig pad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
en kom nieuwsgierig uit mijn berg.
Vlug duikel ik op 't zand'rig pad;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
9.
Ik ben de boskabouterman,
die goud in zakken dragen kan.
Ook kind'ren krijgen deze schat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!
die goud in zakken dragen kan.
Ook kind'ren krijgen deze schat;
wat goed, wat fijn, wat mooi is dat!