Kleine David, speel op je harp, Hallelu, Hallelu!
Kleine David, speel op je harp, Hallelu!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Refr.
1.
Kleine David was een herdersknaap,
die trouw bewaakte ieder schaap.
die trouw bewaakte ieder schaap.
2.
En weet je wat hij heeft gedaan?
Hij nam een steen en kwam eraan.
Hij nam een steen en kwam eraan.
3.
Nu zwaaide Goliath zijn zwaard,
maar al zijn kracht die was niets waard.
maar al zijn kracht die was niets waard.
4.
Kleine David wierp de eerste steen
en raakte toen de reus meteen.
en raakte toen de reus meteen.
5.
- Jozua was een sterke man;
hij werkte hard, wel urenlang.
hij werkte hard, wel urenlang.