Ach, hoe eenzaam moet ik hier leven, in de toren heel alleen.
Enkel bomen zie ik bewegen, winden waaien om mij heen.
Wel zie ik vogels die vliegen en zingen,
wel zie ik eekhoorns van tak tot tak springen,
wel zie zonneschijn, sterren en maan, maar naar de mensen kan ik niet gaan.
Raponsje, zeg ben je daar? Raponsje, laat vallen je haar.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Ach, hoe eenzaam moeten wij leven,
in de wildernis, droevig en koud.
Ver van mensen zijn wij verdreven,
naar een hutje midden in 't woud.
Wel zijn hier wortels en bessen te vinden,
en met de dieren spelen de kinderen.
Wel zie ik zonneschijn, sterren en maan,
maar naar de koningszoon kan ik niet gaan.
in de wildernis, droevig en koud.
Ver van mensen zijn wij verdreven,
naar een hutje midden in 't woud.
Wel zijn hier wortels en bessen te vinden,
en met de dieren spelen de kinderen.
Wel zie ik zonneschijn, sterren en maan,
maar naar de koningszoon kan ik niet gaan.