Maarten, Maarten, goed soldaat,
deel je mantel 's avonds laat,
met die arme zieke man
die niet zonder kan.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Refr.
1.
Zie Maarten rijdt al op zijn paard,
tot aan de poort met snelle vaart.
Daar leunt vlakbij een bedelaar;
"Ach, heer, ik vraag een aalmoes maar."
tot aan de poort met snelle vaart.
Daar leunt vlakbij een bedelaar;
"Ach, heer, ik vraag een aalmoes maar."
2.
Zie, Maarten aarzelt, houdt zich in,
hij voelt zich echter niet te min!
Hij snijdt zijn mantel middendoor;
"Neem aan, ik schenk het hoor!"
hij voelt zich echter niet te min!
Hij snijdt zijn mantel middendoor;
"Neem aan, ik schenk het hoor!"
3.
Verlegen rijdt Martinus heen,
de bedelaar blijft staan alleen.
Verwarmt zich in het warme rood,
want zonder was hij dood.
de bedelaar blijft staan alleen.
Verwarmt zich in het warme rood,
want zonder was hij dood.
4.
Mijn lampje tovert helder licht,
het waait nooit uit, ik hou het dicht.
Zo stap ik als Martinus voort;
van 't plein tot aan de poort.
het waait nooit uit, ik hou het dicht.
Zo stap ik als Martinus voort;
van 't plein tot aan de poort.