Ti-ti-ta, ti-ti-ta, hoor je dat wijsje,
ti-ti-ta, ti-ti-ta, ken je dat niet?
Ti-ti-ta, ti-ti-ta, zo zingt de koolmees,
ti-ti-ta, vrolijk zijn lied!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Refr.
1.
Ta-ti-ti-ta, hij roept zijn wijfje,
hoor maar, hij doet zo goed zijn best:
"Ta-ti-ti-ta, zeg, vrouw, waar blijf je?
Kom, en we bouwen ons nest!"
hoor maar, hij doet zo goed zijn best:
"Ta-ti-ti-ta, zeg, vrouw, waar blijf je?
Kom, en we bouwen ons nest!"
2.
"Ta-ti-ti-ta, jij legt de eitjes
veilig in 't nestje, warm en zacht.
Ta-ti-ti-ta, als jij gaat broeden,
zing ik mijn lied en houd de wacht."
veilig in 't nestje, warm en zacht.
Ta-ti-ti-ta, als jij gaat broeden,
zing ik mijn lied en houd de wacht."
3.
"Ta-ti-ti-ta, er komen jongen,
wij brengen voedsel telkens weer.
Ta-ti-ti-ta, wanneer ze groot zijn
is dit het lied, dat ik ze leer."
wij brengen voedsel telkens weer.
Ta-ti-ti-ta, wanneer ze groot zijn
is dit het lied, dat ik ze leer."