Hansje en Grietje, die liepen in het woud.
't Werd al zo donker en Grietje kreeg het zo koud.
Toen kwam een sneeuwwit vogeltje, dat vloog steeds voor hen uit
en Hans en Grietje liepen mee en volgden het gefluit.
Daar zagen zij een huisje van koeken groot en klein.
Wie zou in het huisje wonen, wat zou daar binnen zijn?
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Hansje en Grietje, die liepen weer in 't woud.
't was niet meer donker en 't was niet meer koud.
Daar kwam een sneeuwwit vogeltje, dat vloog kaar voor hen uit
en hans en Grietje liepen mee en volgden het gefluit.
Een zwaan kwam aangezwommen;
steeds dichterbij, steeds dichterbij:
Klim op mijn rug, ik breng je vlug terug naar de overkant.
't was niet meer donker en 't was niet meer koud.
Daar kwam een sneeuwwit vogeltje, dat vloog kaar voor hen uit
en hans en Grietje liepen mee en volgden het gefluit.
Een zwaan kwam aangezwommen;
steeds dichterbij, steeds dichterbij:
Klim op mijn rug, ik breng je vlug terug naar de overkant.