Op een tak, op een tak
zat een dikke slak
en die droeg zijn slakkenhuisje.
Kriebel, krabbel, kruisje,
dat bracht hij naar de zwarte kat,
die geen enkel huisje had.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
"Wat is dat, wat is dat?",
zei de zwarte kat,
"moet ik in dat slakkenhuisje?"
Kriebel, krabbel, kruisje,
dat is voor mij toch veel te klein;
voor een kip zou 't beter zijn.
zei de zwarte kat,
"moet ik in dat slakkenhuisje?"
Kriebel, krabbel, kruisje,
dat is voor mij toch veel te klein;
voor een kip zou 't beter zijn.
3.
Trippe-trip, trippe-trip,
deed die slimme kip
en ze keek naar 't slakkenhuisje.
Kriebel, krabbel, kruisje,
"Pik-pik", zei toen de kippekop;
at het arme slakje op.
deed die slimme kip
en ze keek naar 't slakkenhuisje.
Kriebel, krabbel, kruisje,
"Pik-pik", zei toen de kippekop;
at het arme slakje op.