Er was er eens een Kerstman, ran-plan-plan,
die had een mooi rood jasje an.
De belletjes van zijn sleetje, ring-ting-ting,
die rinkelden als hij uit rijden ging.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Er was er eens een Kerstman, ran-plan-plan,
die had een mooi rood broekje an.
De kinderen in de straten, tin-tin-taan,
die huppelden achter de Kerstman aan.
die had een mooi rood broekje an.
De kinderen in de straten, tin-tin-taan,
die huppelden achter de Kerstman aan.
3.
Er was er eens een Kerstman, ran-plan-plan,
die had twee mooie laarsjes an.
Zijn witte, wollen baardje, rin-tin-tint,
die wapperde, tjoep, in de winterwind.
die had twee mooie laarsjes an.
Zijn witte, wollen baardje, rin-tin-tint,
die wapperde, tjoep, in de winterwind.