Al een jaar liggen wij hier te wachten
in een huisje dat heet een cocon.
Daarvoor was ik heel lang een rupsje
en at ik zoveel als ik kon.
Nu word ik bijna een vlinder;
dat gebeurt allemaal binnenin.
En als ik er dadelijk uitkomt,
is het tijd voor een nieuw begin.
En dan fladder ik wiegend
van bloem naar bloem,
met vleugels zo dun en zo plat.
En word ik te moe?
Nou, dan vouw ik ze toe
en dan zie ik eruit als een blad.