Uren, dagen, maanden, jaren
vliegen als een schaduw heên.
Ach, wij vinden, waar wij staren
niets bestendigs hier beneên.
Op de weg die wij betreden,
staat geen voetstap die beklijft.
Al het heden wordt verleden,
schoon 't ons toegerekend blijft.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Voorgeslachten kwijnden henen,
en wij bloeien op hun graf;
ras zal 't nakroost ons bewenen.
't Mensdom valt als blaadren af.
't Stof, door eeuwen saâmgelezen,
houdt hetzelfde graf bewaard.
Buiten u, o, eeuwig Wezen!
Ach, wat was de mens op aard'.
en wij bloeien op hun graf;
ras zal 't nakroost ons bewenen.
't Mensdom valt als blaadren af.
't Stof, door eeuwen saâmgelezen,
houdt hetzelfde graf bewaard.
Buiten u, o, eeuwig Wezen!
Ach, wat was de mens op aard'.
3.
Maar door u aan 't niet onttogen,
liet uw gunst hem niet alleen.
Godd'lijk licht omscheen zijne ogen,
en zijn nietigheid verdween.
Onder uw genadeleiding
wordt hem deze levensbaan
slechts ontwikkeling, voorbereiding
tot een eindeloos bestaan.
liet uw gunst hem niet alleen.
Godd'lijk licht omscheen zijne ogen,
en zijn nietigheid verdween.
Onder uw genadeleiding
wordt hem deze levensbaan
slechts ontwikkeling, voorbereiding
tot een eindeloos bestaan.
4.
Dat de tijd hier 't al verover',
aan geen tijdperk hangt mijn lot.
Gij, gij blijft mij altijd over,
gij blijft eindeloos mijn God.
Welk een ramp mij hier ook nader',
'k vind in u mijn rustpunt weer.
Gij blijft in uw' Zoon mijn Vader,
wat verander', wat verkeer'.
aan geen tijdperk hangt mijn lot.
Gij, gij blijft mij altijd over,
gij blijft eindeloos mijn God.
Welk een ramp mij hier ook nader',
'k vind in u mijn rustpunt weer.
Gij blijft in uw' Zoon mijn Vader,
wat verander', wat verkeer'.
5.
Vader, onder al mijn noden,
Vader, onder heil en straf,
Vader, ook in¬'t rijk der doden,
Vader, ook in 't zwijgend graf.
Waar ik ooit verand'ring schouwe,
Gij, o, God, houdt eeuwig stand.
Ook op mijn stof rust op uw trouwe,
sluimert in uw vaderhand!
Vader, onder heil en straf,
Vader, ook in¬'t rijk der doden,
Vader, ook in 't zwijgend graf.
Waar ik ooit verand'ring schouwe,
Gij, o, God, houdt eeuwig stand.
Ook op mijn stof rust op uw trouwe,
sluimert in uw vaderhand!
6.
Snel dan, jaren, snel vrij henen
met uw blijdschap en verdriet.
Welk een ramp ik moog' bewenen,
God, mijn God, verandert niet.
Blijft mij alles hier begeven;
voortgeleid door zijne hand,
schouw ik uit dit nietig leven
in mijn eeuwig Vaderland.
met uw blijdschap en verdriet.
Welk een ramp ik moog' bewenen,
God, mijn God, verandert niet.
Blijft mij alles hier begeven;
voortgeleid door zijne hand,
schouw ik uit dit nietig leven
in mijn eeuwig Vaderland.