De boer had maar ene schoen, weinig genoeg, genoeg, genoeg.
De boer had maar ene schoen, weinig genoeg.
Een schoen zonder hak er an, de boer is geen edelman.
Een schoen zonder hak er an, de boer die is geen edelman.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
De boer had maar ene broek, weinig genoeg, genoeg, genoeg.
De boer had maar ene broek, weinig genoeg.
Een broek zonder zak er in, de boer is geen edelman.
Een broek zonder zak er in, de boer die is geen edelman.
De boer had maar ene broek, weinig genoeg.
Een broek zonder zak er in, de boer is geen edelman.
Een broek zonder zak er in, de boer die is geen edelman.
3.
De boer had maar ene jas, weinig genoeg, genoeg, genoeg.
De boer had maar ene jas, weinig genoeg.
Een jas zonder knoop er an, de boer is geen edelman.
Een jas zonder knoop er an, de boer die is geen edelman.
De boer had maar ene jas, weinig genoeg.
Een jas zonder knoop er an, de boer is geen edelman.
Een jas zonder knoop er an, de boer die is geen edelman.
4.
De boer had maar ene pet, weinig genoeg, genoeg, genoeg.
De boer had maar ene pet, weinig genoeg.
Een pet zonder klep er an, de boer is geen edelman.
Een pet zonder klep er an, de boer die is geen edelman.
De boer had maar ene pet, weinig genoeg.
Een pet zonder klep er an, de boer is geen edelman.
Een pet zonder klep er an, de boer die is geen edelman.
5.
De boer had maar ene hemd, weinig genoeg, genoeg, genoeg.
De boer had maar ene hemd, weinig genoeg.
Een hemd zonder slip er an, de boer is geen edelman.
Een hemd zonder slip er an, de boer die is geen edelman.
De boer had maar ene hemd, weinig genoeg.
Een hemd zonder slip er an, de boer is geen edelman.
Een hemd zonder slip er an, de boer die is geen edelman.
6.
De boer had maar ene kous, weinig genoeg, genoeg, genoeg.
De boer had maar ene kous, weinig genoeg.
Een kous met een gat er in, de boer is geen edelman.
Een kous met een gat er in, de boer die is geen edelman.
De boer had maar ene kous, weinig genoeg.
Een kous met een gat er in, de boer is geen edelman.
Een kous met een gat er in, de boer die is geen edelman.
7.
De boer had maar ene vrouw, meer dan genoeg, genoeg, genoeg.
De boer had maar ene vrouw, meer dan genoeg.
Een vrouw met een kop erop, de boer had een reuze strop.
Een vrouw met een kop erop, de boer die had een reuze strop.
De boer had maar ene vrouw, meer dan genoeg.
Een vrouw met een kop erop, de boer had een reuze strop.
Een vrouw met een kop erop, de boer die had een reuze strop.