Lied • De mosselzee

Bladmuziek kan niet worden bekeken
Of kies een abonnement:
Vogeltje

Gratis account

kosteloos
  • maandelijks toegang tot 3 liederen
  • toegang tot alle artikelen en podcasts 

Maandabonnement

€ 2,90
per maand
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • maandelijks opzegbaar
Meest gekozen

Jaarabonnement

€ 28,50
per jaar
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • jaarlijkse betaling
  • prijs per maand € 2,38

Studenten

€ 24,22
per jaar
Tot 20% korting

Groepsabonnement

v.a. € 135,-
per jaar
  • voor scholen en organisaties
  • onbeperkt toegang voor alle medewerkers
  • keuze uit 5, 10, 20, 30 of meer accounts
  • eenvoudig centraal te beheren
Bladmuziek kan niet worden bekeken
Of kies een abonnement:
Vogeltje

Gratis account

kosteloos
  • maandelijks toegang tot 3 liederen
  • toegang tot alle artikelen en podcasts 

Maandabonnement

€ 2,90
per maand
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • maandelijks opzegbaar
Meest gekozen

Jaarabonnement

€ 28,50
per jaar
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • jaarlijkse betaling
  • prijs per maand € 2,38

Studenten

€ 24,22
per jaar
Tot 20% korting

Groepsabonnement

v.a. € 135,-
per jaar
  • voor scholen en organisaties
  • onbeperkt toegang voor alle medewerkers
  • keuze uit 5, 10, 20, 30 of meer accounts
  • eenvoudig centraal te beheren
1.
Daar vaart een man op zee,
daar vaart een man op de mosselzee.
Van je ram-plan-plan, van je mosselzee.
Daar vaart een man op zee.
2.
Wat doet die man op zee,
wat doet die man op die mosselzee?
Van je ram-plan-plan, van je mosselzee.
Wat doet hij op die zee.
3.
Hij vangt daar ene vis,
hij vangt daar enen mosselvis.
Van je ram-plan-plan, van je mosselvis.
Hij vangt daar ene vis.
4.
Wat doet hij met die vis,
wat doet hij met die mosselvis?
Van je ram-plan-plan, van je mosselvis.
Wat doet hij met die vis?
5.
Hij stroopt hem uit zijn vel,
hij stroopt hem uit zijn mosselvel.
Van je ram-plan-plan, van je mosselvel.
Hij stroopt hem uit zijn vel.
6.
Wat doet hij met dat vel,
wat doet hij met dat mosselvel?
Van je ram-plan-plan, van je mosselvel.
Wat doet hij met dat vel?
7.
Hij maakt daarvan een beurs,
hij maakt daarvan een mosselbeurs.
Van je ram-plan-plan, van je mosselbeurs.
Hij maakt daarvan een beurs.
8.
Wat doet hij met die beurs,
wat doet hij met die mosselbeurs?
Van je ram-plan-plan, van je mosselbeurs.
Wat doet hij met die beurs?
9.
Hij steekt daarin zijn geld,
hij steekt daarin zijn mosselgeld.
Van je ram-plan-plan, van je mosselgeld.
Hij steekt daarin zijn geld.
10.
Wat doet hij met dat geld,
Wat doet hij met dat mosselgeld?
Van je ram-plan-plan, van je mosselgeld.
Wat doet hij met dat geld?
11.
Hij koopt daarmee een kind,
hij koopt daarmee een mosselkind.
Van je ram-plan-plan, van je mosselkind.
Hij koopt daarmee een kind.
12.
Wat doet hij met dat kind,
wat doet hij met dat mosselkind?
Van je ram-plan-plan, van je mosselkind.
Wat doet hij met dat kind.
13.
Hij stuurt dat kind naar school,
hij stuurt dat kind naar de mosselschool.
Van je ram-plan-plan, van je mosselschool.
Hij stuurt dat kind naar school.
14.
Wat doet dat kind op school,
wat doet dat kind op die mosselschool?
Van je ram-plan-plan, van je mosselschool.
Wat doet dat kind op school?
15.
Het leert het A, B, C,
het leert het A, B, mossel-C.
Van je ram-plan-plan, van je mossel-C.
Het leert het A, B, C.
Vogel

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de nieuwsbrief