Er staat een molentje langs de dijk
en als de wind gaat waaien
beginnen de wieken, alle vier,
een vrolijk rondje te draaien.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
Refr.
Wind waai, molen draai,
maal het meel voor de bakker.
Wind waai, molen draai,
maal het meel voor de bakker.
maal het meel voor de bakker.
Wind waai, molen draai,
maal het meel voor de bakker.
2.
Er rijdt een wagentje over de dijk
en lustig draaft het paardje.
Hij brengt het graan naar de molenaar toe,
het paardje zwaait met zijn staartje.
Refrein: Wind waai, molen draai …
en lustig draaft het paardje.
Hij brengt het graan naar de molenaar toe,
het paardje zwaait met zijn staartje.
Refrein: Wind waai, molen draai …
3.
De molenaar fluit er een deuntje bij
en telt de witte zakken.
Als alles straks gemalen is
dan kan de bakker weer bakken.
Refrein: Wind waai, molen draai …
en telt de witte zakken.
Als alles straks gemalen is
dan kan de bakker weer bakken.
Refrein: Wind waai, molen draai …