Jezus zou van zijn moeder gaan,
de grote Heilige Week brak aan.
Toen voelde Maria diepe smart,
zij vroeg haar Zoon met treurend hart:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Refr.
1.
"Ach, Zoon, ach, liefste Jezus mijn,
waar zal je de Heilige Zondag zijn?"
"Zondag rijd ik in een koningsstoet
met kleden en palmen gespreid voor mijn voet."
waar zal je de Heilige Zondag zijn?"
"Zondag rijd ik in een koningsstoet
met kleden en palmen gespreid voor mijn voet."
2.
"Ach, Zoon, ach, liefste Jezus mijn,
waar zal je de Heilige Maandag zijn?"
"Maandag dan ben ik een bedelman,
die nergens een toevlucht vinden kan."
waar zal je de Heilige Maandag zijn?"
"Maandag dan ben ik een bedelman,
die nergens een toevlucht vinden kan."
3.
"Ach, Zoon, ach, liefste Jezus mijn,
waar zal je de Heilige Dinsdag zijn?"
"Dinsdag ben ik een profeet, ik vermaan
en voorspel hoe hemel en aarde vergaan."
waar zal je de Heilige Dinsdag zijn?"
"Dinsdag ben ik een profeet, ik vermaan
en voorspel hoe hemel en aarde vergaan."
4.
"Ach, Zoon, ach, liefste Jezus mijn,
waar zal je de Heilige Woensdag zijn?"
"Woensdag word ik door verraad bezocht,
voor dertig zilverlingen verkocht."
waar zal je de Heilige Woensdag zijn?"
"Woensdag word ik door verraad bezocht,
voor dertig zilverlingen verkocht."
5.
"Ach, Zoon, ach, liefste Jezus mijn,
waar zal je de Heilige Donderdag zijn?"
"Donderdag zit ik hoog in een zaal
als offerlam bij het Avondmaal."
waar zal je de Heilige Donderdag zijn?"
"Donderdag zit ik hoog in een zaal
als offerlam bij het Avondmaal."
6.
"Ach, Zoon, ach, liefste Jezus mijn,
waar zal je de Heilige Vrijdag zijn?"
"Ach, moeder, ach, liefste moeder mijn,
kon u die vrijdag verborgen zijn!"
waar zal je de Heilige Vrijdag zijn?"
"Ach, moeder, ach, liefste moeder mijn,
kon u die vrijdag verborgen zijn!"
7.
"Ach, Zoon, ach, liefste Jezus mijn,
waar zal je de Heilige Zaterdag zijn?"
"Zaterdag ben ik een slapend zaad,
dat heel de aarde ontbloeien laat!"
waar zal je de Heilige Zaterdag zijn?"
"Zaterdag ben ik een slapend zaad,
dat heel de aarde ontbloeien laat!"
8.
"Zondag, verheug u, o, moeder mijn,
zal ik uit de dood herrezen zijn!"
zal ik uit de dood herrezen zijn!"