Die nachtegaal, die zank een lied, dat leerde ik:
Ik hebbe een verholen lief, die vrijde ik
en die wil ik niet laten, ja, laten.
Ik hope nog een kort half nacht
in mijns liefs arm te slapen.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Die moeder van den bedde sprank ontstak haar licht,
zij vond haar jongste dochter op haar bedde nicht:
"Waar is zij nu gegangen, ja, gangen?
Nu is mijn jongste dochter weg
met een zo vreemde manne!"
zij vond haar jongste dochter op haar bedde nicht:
"Waar is zij nu gegangen, ja, gangen?
Nu is mijn jongste dochter weg
met een zo vreemde manne!"
3.
"Hij was mij al zo vreemde niet, hij had mij lief;
hij voerde mij over die heiden, hij misdeed mij niet,
hij voerde mij over de heiden, ja, heiden."
Daar twee schoon liefkens samengaan,
hoe node is 't dat zij scheiden.
hij voerde mij over die heiden, hij misdeed mij niet,
hij voerde mij over de heiden, ja, heiden."
Daar twee schoon liefkens samengaan,
hoe node is 't dat zij scheiden.
4.
Daar twee goe liefkens aan den danse gaan,
hoe vriend'lijk zij haar oogskens op malkander slaan
gelijk die morgensterre, ja, sterre.
Mijn harteken is van zulker aard;
bruin oogskens zie ik geerne.
hoe vriend'lijk zij haar oogskens op malkander slaan
gelijk die morgensterre, ja, sterre.
Mijn harteken is van zulker aard;
bruin oogskens zie ik geerne.
5.
Mijn harteken is veel wilder dan een wild konijn,
dat en kan niemand temmen dan die liefste mijn.
Dat is zo'n fraaij geselle, geselle,
ook waren alle duvels zo,
en ik voer in der helle.
dat en kan niemand temmen dan die liefste mijn.
Dat is zo'n fraaij geselle, geselle,
ook waren alle duvels zo,
en ik voer in der helle.