Ik kom uit mijn bed, ik kijk uit het raam.
Ik voel het al; de lente komt eraan!
De vogels, de bomen, een ieder fleurt op.
Kom, bed, kom sta nu op! Ik krijg de bibbers overal.
’k Heb zin om te fietsen; daar heb je ’t al!
Lekker struinen in de duinen.
De winter is voorbij, ook al was ie nog zo fijn.