1 Herders, hij is geboren in 't midden van de nacht,
die zolang van tevoren de wereld heeft verwacht!
"Vrolijk, o, herderkens," zongen ons d'engelkens,
zongen met blijde stem: "Haast u naar Bethlehem!"
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
2 Wij, arme, slechte lieden, gelijk de boeren zijn,
ontwekten ons gebuurkens en in de maneschijn
liepen met blij geschal naar deze arme stal,
daar ons de eng'lenzang altemaal toe bedwang.
ontwekten ons gebuurkens en in de maneschijn
liepen met blij geschal naar deze arme stal,
daar ons de eng'lenzang altemaal toe bedwang.
3.
3 Als wij daar zijn gekomen: Ziet, een klein kindeke
leit op 't strooi, nieuw geboren, zoet als een lammeke!
D'oogkens, van stonden aan zag, men vol tranen staan;
't weende uit druk en rouw in deze straffe kou.
leit op 't strooi, nieuw geboren, zoet als een lammeke!
D'oogkens, van stonden aan zag, men vol tranen staan;
't weende uit druk en rouw in deze straffe kou.
4.
4 Ik nam mijn fluitj, een ander die nam zijn moezelke
en dus fluiten en zongen voor 't zoete kindeke:
"Na-na-na, kindje teer, sus-sus, en krijt niet meer,
doet uw klein oogskens toe, zij zijn van 't krijten moe!"
en dus fluiten en zongen voor 't zoete kindeke:
"Na-na-na, kindje teer, sus-sus, en krijt niet meer,
doet uw klein oogskens toe, zij zijn van 't krijten moe!"
5.
5 "Ziet, wij schenken u samen een teer klein lammeke,
boter, melk en sane voor uw lief mondeke.
Na-na-na, kindje teer, sus-sus, en krijt niet meer,
doet uw klein oogskens toe, zij zijn van 't krijten moe!"
boter, melk en sane voor uw lief mondeke.
Na-na-na, kindje teer, sus-sus, en krijt niet meer,
doet uw klein oogskens toe, zij zijn van 't krijten moe!"
6.
6 't Kindje begon te slapen, de moeder sprak ons aan:
"Lieve herderkens samen, wilt zoetjes buiten gaan.
U lie' zij peis en vreê, dat brengt mijn kind u mee;
't is uwe God en Heer. Komt morgen nog eens weer."
"Lieve herderkens samen, wilt zoetjes buiten gaan.
U lie' zij peis en vreê, dat brengt mijn kind u mee;
't is uwe God en Heer. Komt morgen nog eens weer."