Nu breekt uit alle twijgen, het frisse jonge groen,
de leeuweriken stijgen de hemel tegemoet,
De bloemen staan in bonte tooi; natuur, wat ben je wondermooi;
't is Meie!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
En als de knoppen springen, ontwaakt het gans heelal;
de vogels gaan weer zingen, de beek ruist door het dal,
En daav'rend schalt de jubeltoon: "Natuur, wat ben je wonderschoon,
't is Meie!
de vogels gaan weer zingen, de beek ruist door het dal,
En daav'rend schalt de jubeltoon: "Natuur, wat ben je wonderschoon,
't is Meie!
3.
De hoge bomen wiegen in gulden zonneschijn.
Hoe hoog de vogels vliegen, o, mocht ik met hen zijn,
En jubelen op blijde toon: "Natuur, wat ben je wonderschoon,
't is Meie!
Hoe hoog de vogels vliegen, o, mocht ik met hen zijn,
En jubelen op blijde toon: "Natuur, wat ben je wonderschoon,
't is Meie!