Allen:
Ziet de ster blijft stille staan, stralend wordt ons kond’ gedaan,
dat de koning is geboren, laat ons nu tot hem gaan!
O, spreek tot ons, gij sterrenlicht, laat ons horen uw bericht,
dat de aarde ster mag worden, leid ons voor uw aangezicht!
konde doen
Melchior:
Wees gegroet, gij koningszoon, gij komt uit de hemel schoon.
Stralend goud wil ik u schenken, smeed het u tot een kroon.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Balthazar:
Koningskind, ik kniel voor u neer, wierook breng ik u ter eer.
Wij aanbidden en wij loven, God almachtig Heer.
Koningskind, ik kniel voor u neer, wierook breng ik u ter eer.
Wij aanbidden en wij loven, God almachtig Heer.
3.
Caspar:
'k Breng u Heer, de mirre goed, dat gij ons daarmee behoedt.
Gij wilt geven helend leven, sterk onze levensmoed.
'k Breng u Heer, de mirre goed, dat gij ons daarmee behoedt.
Gij wilt geven helend leven, sterk onze levensmoed.
4.
Allen:
O, spreek tot ons, gij sterrenlicht, laat ons horen uw bericht,
dat de aarde ster mag worden, leid ons voor uw aangezicht!
O, spreek tot ons, gij sterrenlicht, laat ons horen uw bericht,
dat de aarde ster mag worden, leid ons voor uw aangezicht!
5.
Allen:
Loven wij nu God de Heer, die ons zond dit Kindeke teer.
Halleluja, halleluja, lof zij hem en eer!
O, spreek tot ons, gij sterrenlicht, laat ons horen uw bericht,
dat de aarde ster mag worden, leid ons voor uw aangezicht!
Loven wij nu God de Heer, die ons zond dit Kindeke teer.
Halleluja, halleluja, lof zij hem en eer!
O, spreek tot ons, gij sterrenlicht, laat ons horen uw bericht,
dat de aarde ster mag worden, leid ons voor uw aangezicht!