Buiten in de biezen, daar lag een hondje dood.
zijn staartje was bevroren, zijn billetjes waren bloot.
Toen kwam Lijsje Lonken, die zei: "Dat beest is dronken!".
Toen kwam Kaatje Knorrepot, die zei: "Dat beest is stapelzot!"
Toen kwam Tijs de timmerman, die spijkerde ’t hondje zijn staartje weer an.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement: