Een zaaier ging uit om te zaaien,
hij strooide het zaad in het rond.
Een deel kwam terecht in de vore
en daar vond het vruchtbare grond.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Een deel van het zaad kon niet groeien;
de wind woei het onder de heg.
Een ander deel viel op de stenen;
daar pikten de vogels het weg.
de wind woei het onder de heg.
Een ander deel viel op de stenen;
daar pikten de vogels het weg.
3.
Het zaad in de vruchtbare aarde
werd later het goudgele graan.
De rest wat de zaaier gezaaid heeft
is helaas verloren gegaan.
werd later het goudgele graan.
De rest wat de zaaier gezaaid heeft
is helaas verloren gegaan.
4.
Waar grond is voor Gods goede woorden
en waar met zijn Woord wordt geleefd,
daar is steeds de oogst overvloedig,
zodat die geen einde meer heeft.
en waar met zijn Woord wordt geleefd,
daar is steeds de oogst overvloedig,
zodat die geen einde meer heeft.