Die winter is vergangen, ik zie des meien schijn.
Ik zie die bloempkens hangen, des is mijn hart verblijd.
Zo ver aan genen dale, daar is 't genoegelijk zijn;
daar zinget die nachtegale en zo menig woudvogelkijn.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Ik wil den mei gaan houwen, al in dat groene gras,
en schenken mijn boel die trouwe, die mij de liefste was,
en bidden dat zij wil komen al voor haar vensterken staan,
ontvangen den mei met bloemen: hij is zo wel gedaan.
en schenken mijn boel die trouwe, die mij de liefste was,
en bidden dat zij wil komen al voor haar vensterken staan,
ontvangen den mei met bloemen: hij is zo wel gedaan.
3.
En toen die allerliefste zijn woorden had gehoord,
toen stond zij treuriglijke en sprak tot hem dit woord:
"Ik heb die mei ontvangen met groter waardigheid."
Hij kust haar aan haar wangen met groter eerbaarheid.
toen stond zij treuriglijke en sprak tot hem dit woord:
"Ik heb die mei ontvangen met groter waardigheid."
Hij kust haar aan haar wangen met groter eerbaarheid.
4.
Hij nam haar zonder treuren al in zijn armkens blank.
Die wachter op de muren hief op zijn lied en zank:
"En is daar iemand binnen die mag wel thuiswaart gaan.
Ik zie de dag opdringen, al door die wolken klaar."
Die wachter op de muren hief op zijn lied en zank:
"En is daar iemand binnen die mag wel thuiswaart gaan.
Ik zie de dag opdringen, al door die wolken klaar."
5.
"Och, wachter op die muren, hoe kwelt ge mij zo hard!
Ik lig in zware treuren; mijn hart dat lijdet smart.
Dat doet die allerliefste, dat ik van haar scheiden moet,
dat klaag ik God den Here, dat ik haar laten moet."
Ik lig in zware treuren; mijn hart dat lijdet smart.
Dat doet die allerliefste, dat ik van haar scheiden moet,
dat klaag ik God den Here, dat ik haar laten moet."
6.
"Adieu, mijn allerliefste, adieu, schoon bloemken fijn,
adieu, schoon rozebloeme, daar moet gescheiden zijn!
Tot dat ik wederkome, die liefste zoudt gij zijn,
mijn hart, mijn allerliefste, dat hoort ja altijd dijn."
adieu, schoon rozebloeme, daar moet gescheiden zijn!
Tot dat ik wederkome, die liefste zoudt gij zijn,
mijn hart, mijn allerliefste, dat hoort ja altijd dijn."