Een haasje is eens uitgegaan,
uit wand'len heel alleen,
maar 't had het beekje niet gezien
en plonst erin meteen.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
De watergolfjes dragen hem
tot waar een molen staat,
die altijd, zonder stil te staan,
het scheprad draaien laat.
tot waar een molen staat,
die altijd, zonder stil te staan,
het scheprad draaien laat.
3.
Het haasje ziet het grote wiel
en pakt het stevig vast.
Hij draait er mee naar boven toe
en springt dan weer in 't gras.
en pakt het stevig vast.
Hij draait er mee naar boven toe
en springt dan weer in 't gras.
4.
Heel vlug loopt haasje nu naar huis,
voorbij is het gevaar.
Zijn moeder klopt zijn vachtje droog
en strijkt weer glad zijn haar.
voorbij is het gevaar.
Zijn moeder klopt zijn vachtje droog
en strijkt weer glad zijn haar.