Toen den Hertog jan kwam varen, te peerd parmant, al triumfant,
na zevenhonderd jaren, hoe zong men t'allen kant.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
na zevenhonderd jaren in dit edel Brabants land.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Hij kwam van over 't water: den Scheldenvloed, aan wal te voet,
't Antwerpen op de straten, zilver veren op zijn hoed.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
't Antwerpen op de straten, lere leerzen aan zien voet.
't Antwerpen op de straten, zilver veren op zijn hoed.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
't Antwerpen op de straten, lere leerzen aan zien voet.
3.
Och, Turnhout, stedeke schone, zijn uw ruitjes groen, maar uw hertjes koen,
laat den Hertog binnenkomen in dit zomers vrolijk seizoen!
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
laat den Hertog binnenkomen, hij heeft een peerd van doen!
laat den Hertog binnenkomen in dit zomers vrolijk seizoen!
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
laat den Hertog binnenkomen, hij heeft een peerd van doen!
4.
Hij heeft een peerd gekregen, een schoon wit peerd, een schimmelpeerd,
daar is hij opgestegen, dien ridder onverveerd.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
daar is hij opgestegen en hij reed naar Valkensweerd.
daar is hij opgestegen, dien ridder onverveerd.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
daar is hij opgestegen en hij reed naar Valkensweerd.
5.
In Valkensweerd daar zaten al in de kast, de zilverkast,
de guldekoning zijn platen, die wierden aaneengelast.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
de guldekoning zijn platen, toen had hij een harnas.
de guldekoning zijn platen, die wierden aaneengelast.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
de guldekoning zijn platen, toen had hij een harnas.
6.
Rooise boeren, komt naar buiten, met de grote trom, met de kleine trom,
trompetten en cornetten ende fluiten, in dit Brabants hertogdom.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
trompetten en cornetten ende fluiten. In dit Brabants hertogdom.
trompetten en cornetten ende fluiten, in dit Brabants hertogdom.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
trompetten en cornetten ende fluiten. In dit Brabants hertogdom.
7.
Wij reden allemaal samen, op Oirschot aan, door een kanidasselaan.
en Jan riep: "In Gods name, hier heb ik meer gestaan."
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
en Jan riep: "In Gods name, reikt mij mijn standaard aan."
en Jan riep: "In Gods name, hier heb ik meer gestaan."
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
en Jan riep: "In Gods name, reikt mij mijn standaard aan."
8.
De standaard was de gouwe, die waaide dan, die draaide dan,
die droeg de leeuw met klauwen, wij zongen alleman:
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
die droeg de leeuw met klauwen. Ja, de leeuw van Hertog Jan.
die droeg de leeuw met klauwen, wij zongen alleman:
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
die droeg de leeuw met klauwen. Ja, de leeuw van Hertog Jan.
9.
Hij is in Den Bosch gekomen, al in de nacht en niemand zag 't,
en op de Sint Jan geklommen, daar ging hij staan op wacht.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
en op de Sint Jan geklommen, daar staat hij dag en nacht.
en op de Sint Jan geklommen, daar ging hij staan op wacht.
Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,
en op de Sint Jan geklommen, daar staat hij dag en nacht.